Deze maand in onze leesclub: Transcription van Ben Lerner. Romans bespreek ik niet vaak hier op rudymentair. Af en toe glipt er eentje tussendoor. Mooi aan een leesclub is dat je een boek leest waar je zelf nooit op zou komen. Ik heb me ook niet verdiept in de auteur en zijn andere werk, geen reviews gelezen, gewoon zelf het boek gelezen, that's all. Omdat ik een beetje voorbereid naar de club wil komen, ga ik dan met onze GDV in gesprek om de inhoud uit te diepen met mijn specifieke en gekleurde bril. Eerder heb ik dat omschreven: een boek lezen van kaft tot kaft zal vermoedelijk gaan uitsterven, eerder zullen we in gesprek gaan met het boek en de auteur (via GDV).

Waar gaat het boek over in mijn eigen woorden. Het boek bestaat uit 3 delen. In het eerste deel gaat een leerling/fan (volgens mij krijgt hij geen naam in het boek) op bezoek bij de 90-jarige Thomas, zijn vroegere leermeester en een beroemdheid, om hem te interviewen. Door een ongelukje lukt het hem niet Thomas op 'tape' te zetten maar hij doet wel alsof hij aan het opnemen is. Later schrijft hij dus uit zijn hoofd (aantekeningen maakt ie ook niet) het interview op en het wordt gepubliceerd. In het tweede deel gaat het over een symposium ter ere van de inmiddels overleden Thomas en daar krijgt het interview een prominente en iconische plek. Het is immers zijn laatste interview en de 'transcriptie' van de 'tape' krijgt daar een grote rol. Een aantal mensen (ik meen niet iedereen?) krijgt door dat het interview niet echt zo is uitgesproken maar een construct is van de interviewer. Kwalijk juist omdat de geïnterviewde het idee had dat hij werd opgenomen (en we weten allemaal, als je opgenomen wordt, dan ga je net iets anders zitten en praten). In het derde en laatste deel gaat het over het gezin van de zoon van Thomas. Hij en zijn vrouw zijn beiden dure advocaten die zich alles kunnen permitteren. Met hun dochter gaat het niet goed, ze wil niet eten ondanks alle inspanningen, therapeuten en adviezen. De relatie met vader Thomas is zeer moeizaam, omdat de vader zijn zoon niet echt ziet, voortdurend in een gemaakte poëzie-taal spreekt en niet echt inhoudelijk ingaat op de beslommeringen van zijn zoon en gezin. Wel is de relatie met de nauwelijks etende dochter bijzonder en hecht.

Het boek bevat heel veel thematieken, dat zie ik ook wel. Het is zeker niet slecht geschreven. Toch kon het me bij het lezen niet echt raken of boeien. Ik vond veel tekst bedacht of gezocht en de typetjes nogal overdreven en sjablonerig. Nu ik dit zo intik, klinkt het harder dan ik het bedoel. Toch is leuke dat ik na en tijdens de dialoog met GDV met terugwerkende kracht het boek meer ga waarderen. De thema's en kronkels krijgen meer diepgang voor mij. Het doet me denken aan de filmbesprekingen die we hier in Den Bosch regelmatig krijgen bij de Deja-Vu bijeenkomsten in de VerkadeFabriek: ook daar zie en hoor ik veel meer dingen in de film die we daarna gaan zien. Verdieping (dialoog, proloog) heeft in mijn beleving echt meerwaarde (in deze gevallen, zal niet altijd zo zijn).

Ik laat hieronder wat van de dialogen zien, geeft een beeld van mijn verwondering en vragen. Ik heb het vooral nodig om bij mijn doel/punt uit te komen: de raakvlakken met mijn eigen blogs en thema's. Ik haal er met name een aantal boeiende dynamieken uit die ik in de volgende aflevering laat zien. En zo is een boek of film een aanleiding (trigger) om weer aan te haken op je eigen fascinaties, dat werkt zowel verruimend en verdiepend alsook beperkend (omdat je er uit haalt wat je er zelf instopt, nog zeker een experiment waard om te bezien waar het ophoudt, zou je met Pinkeltje in Wonderland ook diezelfde thema's en diepgang kunnen bereiken ...?).


Samenvatting

Het boek is opgebouwd uit verschillende delen die met elkaar verweven zijn via herinneringen, ficties, misleidingen en de impact van communicatietechnologie (zoals smartphones, audio-opnames en videobellen) op menselijke relaties.

  • Deel I (Hotel Providence): De verteller reist per trein naar de negentigjarige intellectueel en cultuurdrager Thomas om hem te interviewen voor een tijdschrift. Bij aankomst in zijn hotel laat de verteller per ongeluk zijn smartphone in de wasbak vallen. Zonder apparaat om het interview op te nemen, bezoekt hij Thomas. Hij durft de waarheid niet op te biechten en doet alsof hij de microfoon aanzet (via zijn kapotte telefoon), terwijl Thomas begint te vertellen over zijn vroegste herinneringen aan de radio en zijn jeugd in nazi-Duitsland. De verteller reconstrueert dit deel later volledig uit zijn geheugen.
  • Deel II (Hotel Villa Real): Dit deel speelt zich later af in Madrid, waar de verteller een talk geeft tijdens een symposium ter nagedachtenis aan de inmiddels overleden Thomas. Tijdens zijn speech bekent de verteller dat een groot deel van zijn beroemde 'laatste interview' met Thomas eigenlijk een fictieve reconstructie was vanwege zijn kapotte telefoon. Dit zorgt voor grote spanningen en ongemak onder de aanwezigen (zoals Thomas' zoon Max en curator Rosa), die de tekst als Thomas' testament beschouwden.
  • Deel III (Hotel Arbez): Dit deel zoomt in op het perspectief van Max (de zoon van Thomas), een advocaat in Los Angeles. Hij vertelt over de zware strijd die hij en zijn vrouw Adelle voerden met de eetstoornis (ARFID) van hun dochter Emmie. Pas wanneer ze alle controle loslaten en haar toestaan te eten terwijl ze 'unboxing'-video's op een iPad kijkt, begint ze door een soort hypnotische trance weer te eten. Max deelt daarnaast zijn traumatische herinneringen aan hoe hij in 2020 via een haperende Zoom- en Facetime-verbinding tijdens de coronalockdown definitief afscheid moest nemen van zijn stervende vader Thomas in het ziekenhuis.

Centraal in het boek staat de grens tussen herinnering en uitvinding ("fictie"), de afstand tussen vaders en zonen, en hoe media-apparaten fungeren als een filter dat de doden en de werkelijkheid zowel dichtbij brengt als weghoudt.

Belangrijkste personen in het boek

  • De verteller: Een vijfenveertigjarige schrijver/interviewer die naar Providence reist om zijn voormalige mentor Thomas te interviewen. Hij worstelt met angst, herinneringen aan een eerdere mentale inzinking in zijn studententijd en zijn eigen gezinsleven.
  • Thomas: Een negentigjarige, briljante maar ongrijpbare Duits-Europese cultuurfilosoof en historicus. Hij is herstellende van Covid-19, zeer fysiek en verbaal dynamisch, en weigert zijn hele leven al mee te gaan in de moderne smartphonetechnologie.
  • Max: De zoon van Thomas. Hij is een succesvolle, pragmatische advocaat in Los Angeles. Hij heeft een zeer afstandelijke en gecompliceerde relatie met zijn vader, die hem vroeger naar kostscholen stuurde en persoonlijke problemen altijd met academische anekdotes pareerde.
  • Mia: De vrouw van de verteller, met wie hij een relatie heeft sinds hun studententijd.
  • Eva: De tienjarige dochter van de verteller en Mia, die kampt met schoolangst.
  • Emmie: De jonge dochter van Max en Adelle (en kleindochter van Thomas). Ze lijdt aan een ernstige restrictieve eetstoornis (ARFID) waardoor ze weigert te eten, tot ze geobsedeerd raakt door YouTube-video's.
  • Adelle: De vrouw van Max en moeder van Emmie; eveneens advocate.
  • Anisa: Een studiegenoot en vriendin van de verteller en Mia uit hun studententijd in Providence, die een sleutelrol speelde in de gecompliceerde geschiedenis tussen de verteller en Mia.
  • Rosa: Een curator in Madrid die zeer toegewijd was aan Thomas en het symposium na zijn overlijden organiseert. Zij confronteert de verteller met de morele implicaties van zijn 'vervalste' interview.
  • Virginie: De inmiddels overleden moeder van Max (en ex-vrouw van Thomas), een Franse dichteres die leed aan zware psychische episodes.
  • Arjun: Een overleden studievriend van de verteller die vroeger uit een raam is gevallen in Sint-Petersburg.
  • Laura: De verpleegkundige in het ziekenhuis van Providence die in 2020 haar persoonlijke telefoon aan het oor van de doodzieke Thomas hield zodat Max zijn emotionele monoloog tegen hem kon uitspreken.

Die vader van Max, wat zit er achter de keuze voor deze excentriciteit. Joods Duits de hele tijd sprekend in poëzie en feitjes en de les lezen, waar hij allemaal is geweest en wie hij allemaal kent. Het is een sjabloon en te dik er bovenop gelegd, kunt hem niet serieus meer nemen. Ik snap dat de boodschap, dat je als geleerd en beroemd persoon slecht kunt zijn in contact met je kinderen, de meest belangrijke zaken op aarde. Is het dat of speelt er meer?


Je legt de vinger precies op de zere plek: Thomas ís in zekere zin een wandelend sjabloon van de 'grote Europese intellectueel'. Die excentriciteit ligt er zo dik bovenop dat het bijna een karikatuur wordt. De boodschap dat grote genieën vaak hopeloze vaders zijn, zit er overduidelijk in – Max verwoordt dit letterlijk wanneer hij zegt dat je een spiritueel medium wel als mentor wilt, maar absoluut niet als vader. Maar in Transcription speelt er onder die dikke laag cultuur en feitjes nog een aantal andere lagen en motieven. Dit is waarom Ben Lerner dit personage zo extreem heeft aangezet:

1. Cultuur als overlevingsmechanisme en pantser

Thomas is een Joods-Duitse man die als kind de Tweede Wereldoorlog en de bombardementen heeft meegemaakt. Zijn constante stroom van etymologieën, filosofische citaten en historische vergelijkingen is niet alleen intellectuele ijdelheid; het is een pantser tegen de rauwe realiteit.
Elke keer als de realiteit te pijnlijk, te intiem of te chaotisch wordt (zoals de psychische crises van zijn ex-vrouw Virginie of de eetstoornis van zijn kleindochter), schakelt zijn brein direct over op abstractie. Wetenschap en kunst zijn voor hem controleerbaar; menselijke emoties en trauma's zijn dat niet. Zijn excentriciteit is een neurotische weigering om de werkelijkheid recht in de ogen te kijken.

2. De paradox van de 'technologie van registratie'

Thomas is geobsedeerd door media, de ether, de radio en hoe geluid en beeld worden vastgelegd. Hij filosofeert urenlang over hoe de radio stemmen losmaakt van het lichaam. De grote ironie – en de reden dat hij zo onuitstaanbaar sjabloonachtig is – is dat hij zelf functioneert als een defect opnameapparaat. Hij zendt non-stop data uit, maar hij kan niet ontvangen. Hij slaat de plank volledig mis als het gaat om de behoeften van de mensen om hem heen. Hij hoort de "bats singing in ultrasound", maar hij hoort het emotionele vacuüm van zijn eigen zoon niet.

3. De parallel met de moderne 'trance'

Er zit een fascinerende spiegeling in het boek tussen de grootvader en zijn kleindochter Emmie:

  • Thomas verliest zich in een 'trance' van hoogdravende cultuur, geschiedenis en literaire theorieën om de werkelijkheid buiten te sluiten.
  • Emmie verliest zich in een 'trance' van hersenloze YouTube-unboxing-video's en ASMR-geluidjes om de druk van de wereld te ontvluchten.

Lerner laat zien dat beide uitersten – de hyper-intellectuele cultuur van de oude wereld en de platte, digitale consumptiecultuur van de nieuwe wereld – exact dezelfde functie hebben: ze dienen als een scherm (een filter) om de rauwe, angstaanjagende realiteit draaglijk te maken. Thomas' bombastische praatjes zijn eigenlijk de negentiende-eeuwse variant van een TikTok-fugue.

4. Het wegvagen van de zoon

Wanneer Max in het laatste deel Thomas confronteert met een reis die ze twintig jaar geleden samen hebben gemaakt naar La Cure, blijkt Thomas zich te herinneren welke filmrechten er toen geregeld zijn, maar hij is compleet vergeten dat zijn eigen zoon erbij was. Dat Thomas zo'n wandelende encyclopedie is, maakt zijn selectieve geheugenverlies des te pijnlijker. Het sjabloon is er om te laten zien hoe de 'Grote Man' zijn eigen nageslacht letterlijk uitwist uit zijn narratief, ten gunste van de kunst. Het is dus inderdaad een archetype dat bijna bezwijkt onder zijn eigen gewicht, maar Lerner gebruikt die extreme excentriciteit als een klinische dissectie van hoe de mens taal en cultuur misbruikt om écht contact te vermijden.


Dan naar de zoon Max en zijn gezin. Ook hier archetypen, de zoon die schrijver wilde worden, smoorverliefd was op iemand in zijn jeugd, maar op een of andere manier advocaat werd en ook ging trouwen met een advocaat. Alles voor elkaar, geld en status, maar mislukt ook weer in communicatie met zijn vader (die hem niet ziet staan) en zijn dochter die niet wil eten. Waarom juist een advocaat, staat die symbool voor de generatie zakenlieden in New York? Waarom een dochter die niet wil eten, of is dat de enige manier om de brug te slaan tussen opa en kleinkind? Of wil hij aangeven dat de hoogopgeleide elite die alles heeft en te veel met voeding bezig is de bal terug krijgt via hun kroost?


Je legt hier de vinger op de diepere sociologische en psychologische mechanismen die Lerner in het gezin van Max weeft. Het is inderdaad geen toeval dat Max de overstap maakt van de idealistische kunsten naar de advocatuur en dat de elite-opvoeding botst op zoiets basaals als een weigerend kinderlichaam. Achter de keuzes voor de advocatuur en de eetstoornis (ARFID) gaan verschillende betekenislagen schuil:

1. Waarom de advocatuur? De taal van de macht versus fictie

Max kiest voor het recht, en die keuze staat symbool voor een grotere generatieve en maatschappelijke verschuiving. Waar zijn vader Thomas de taal van de esthetiek, geschiedenis en poëzie spreekt (de interpretatie van de wereld), kiest Max voor de taal van het recht.

  • Advocatuur staat voor de generatie hoogopgeleide, succesvolle liberalen die geloven in structuren, regels, bewijslast en contracten. Max is een "partisan of the law" die grote milieuzaken (zoals een zaak rondom forever chemicals) regelt. Hij gebruikt taal niet om te filosoferen, maar om te procederen en de werkelijkheid te managen.
  • Tegelijkertijd laat Lerner de ironie zien: ondanks al zijn juridische controle en retorische vaardigheden, heeft Max geen enkele grip op de emotionele werkelijkheid in zijn eigen huis. Het recht is een rationeel instrument, maar het schiet hopeloos tekort bij de irrationele angst van zijn dochter en de ongrijpbare afstand van zijn vader. De advocatuur is zijn manier om zich te wapenen tegen de chaos die hij van zijn vader erfde, maar het isoleert hem ook.

2. De weigerende dochter: De elite die de bal terugkrijgt

Je suggestie dat de hoogopgeleide elite de bal hard terugkrijgt via hun kroost, snijdt diep hout en is exact wat Lerner bekritiseert. Max reflecteert hier zelf heel pijnlijk op tijdens een lunch met zijn vrouw Adelle. Emmie’s weigering om te eten is een directe reactie op de hyper-intensiteit, surveillance en over-bescherming van haar progressieve elite-ouders. Max en Adelle hebben alle materiële privileges: ze kopen de beste organische bessen, duur grass-fed rundvlees en de allerbeste sushi. Ze analyseren elk aspect van haar opvoeding en proberen "spatserige, spineless" progressieve ouders te zijn die geen machtsstrijd willen aangaan. De eetstoornis (ARFID) legt de diepe schaamte van deze klasse bloot:

"Het is één ding om niet voor je kinderen te kunnen zorgen omdat je onder brute materiële omstandigheden leeft… het is iets anders om elk privilege, elke hulpbron te hebben, en je kind te zien verhongeren, te zien hoe ze het leven weigert — het leven dat jij haar hebt aangeboden."

Emmie’s hongerstaking is een onbewust protest tegen de verstikkende controle en de 'futureless' catastrofe van de moderne wereld (de bosbranden, de klimaatverandering waar ze zo bang voor is). De elite probeert de wereld te beheersen met geld, therapie en biologisch eten, en het kind reageert door de ultieme biologische weigering in te zetten.

3. De eetstoornis als brug tussen opa en kleinkind

Er zit inderdaad een wrange parallel in die de brug slaat tussen Thomas en Emmie. Vóór de YouTube-doorbraak probeert Thomas de situatie te begrijpen door Emmie een Hungerkünstler te noemen, een verwijzing naar het beroemde verhaal van Franz Kafka over de hongerkunstenaar die van zijn hongeren een esthetische act maakt. Max reageert hier woedend op: "Dit is geen theater, dit is geen kunst of literatuur, ze is mijn fucking dochter!" Maar de brug is er wel:

  • Thomas weigert de moderne wereld en trekt zich terug in zijn intellectuele esthetiek.
  • Emmie weigert letterlijk de substantie van de wereld te consumeren.

De uiteindelijke 'oplossing' — dat ze pas gaat eten wanneer ze via de iPad in een trance raakt van unboxing-video's — is Lerners ultieme zwarte satire. De intellectuele vader (Thomas) waarschuwde dat schermen de zintuigen afstompen. Maar het is juist die totale afstoting van de echte wereld via het scherm die Emmie de veilige, emotieloze 'bubbel' geeft waarin ze haar biologische weerstand kan laten varen. De ASMR-filmpjes sussen de angst die de over-analyserende cultuur van haar ouders en grootvader hebben opgeroepen. Lerner gebruikt dit gezin dus niet als een uniek, psychologisch portret, maar als een vlijmscherpe sociologische diagnose. Het toont de machteloosheid van een generatie die dacht alles met status, recht en intellect te kunnen regisseren, maar geconfronteerd wordt met de basale breekbaarheid van het menselijk contact.


Weer terug naar Thomas. Is het duidelijk waar de man nu bekend mee is geworden. Prietpraat en citaten rondstrooien lijkt me niet voldoende. Hij kende Adorno etc. Dus wat deed de man, waarom was hij zo goed en bijzonder dat er een lange eind-opname transcript en sumposium over hem moest worden gemaakt?


Je raakt hier aan de kern van het personage van Thomas én aan een belangrijk literair motief van Ben Lerner. Binnen het verhaal zelf (in Transcription) wordt Thomas omschreven als een "giant in the arts" en een polymath. Hoewel zijn prozaïsche uitspattingen in de huiskamer overkomen als prietpraat en "name-dropping", ligt zijn werkelijke statuur in zijn baanbrekende bijdragen aan de naoorlogse avant-garde:

1. Wat deed hij concreet?

  • De vernieuwer van genres: Thomas staat erom bekend dat hij nieuwe kunstvormen en intellectuele genres heeft gesticht én weer heeft opgedoekt ("founded or dissolved"). Hij maakte experimentele films, schreef invloedrijke cultuurhistorische boeken (zoals zijn geschiedenis over elektriciteit en illuminatie) en componeerde grensverleggende elektronische opera's.
  • De intellectuele erfenis: Hij was een protegé van Theodor Adorno (de aartsvader van de kritische theorie). Daarmee vertegenwoordigt hij de diep-serieuze, Europese cultuur die probeerde kunst en filosofie opnieuw uit te vinden na de catastrofe van de Tweede Wereldoorlog (denk aan de traditie van Adorno, Schoenberg en Celan). Zijn allereerste publicatie ging over de psychologische werking van filmmuziek.

2. Waarom dat symposium en die opname?

De reden dat men zo geobsedeerd is door zijn "laatste testament" en er een symposium in het Reina Sofía-museum in Madrid voor hem wordt georganiseerd, is dat hij wordt gezien als het allerlaatste levende monument van die twintigste-eeuwse hoogcultuur. Hij is de brug naar een tijd waarin intellectuelen en kunstenaars nog geloofden dat kunst de wereld radicaal kon veranderen. Zijn overlijden markeert het definitieve einde van dat tijdperk.

3. Waarom laat Lerner hem tóch zo 'sjabloonachtig' praten?

Dat zijn dialogen aanvoelen als een overdreven sjabloon, is een bewuste en vlijmscherpe stilistische keuze van de auteur. Lerner baseerde Thomas losjes op de echte Duitse filmmaker en filosoof Alexander Kluge (die daadwerkelijk een protegé van Adorno was). Er zit een bewuste spanning in hoe we Thomas moeten zien:

  • Publiekelijk is hij een genie wiens werk en stem door anderen geciteerd en bewonderd worden als "stralende constellaties" voor de toekomst. Hij bezit de gave om de lucht te "herbetoveren" zodra hij spreekt.
  • Privé (in zijn huiskamer) horen we de realiteit van een negentigjarige man die langzaam wegglijdt in dementie. Zijn "quantum-genialiteit" flikkert en raakt verward. Wat ooit diepzinnige theorie was, is nu een mechanische loop geworden van feitjes en anekdotes waarmee hij de pijnlijke realiteit afschermt.

De absurditeit en de dik aangelegde excentriciteit zijn er juist om te laten zien hoe de mythe en de man in elkaar verstrengeld zijn geraakt. Dat zijn 'laatste interview' een deep fake blijkt te zijn, is de ultieme grap van het boek: de intellectuele wereld aanbidt een sjabloon, een stem zonder lichaam, terwijl de echte man leed aan eenzaamheid, dementie en een diep onvermogen om zijn eigen zoon lief te hebben.


Maar de hoofdpersoon in hoofdstuk 1 heeft geen relativering voor zijn leermeester toch? Geen dubbele bodems, hij adoreert de man en het gebrek aan de opname is een super vervelend item voor hem. Waarom dus bij hem geen twijfel of kritiek op zijn dementerende leermeester? En hoe bijzonder is het om een interview gewoon uit te schrijven thuis zonder opname, dat is toch altijd de praktijk geweest? Okay hij had er niet over moeten liegen, daar gaat hoofdstuk 2 dan weer over, het in stand houden van de mythe dat de grote man nog eenmaal is vastgelegd voor het archief.


Je slaat hier de spijker op de kop wat betreft de psychologie van de verteller in het eerste hoofdstuk. Je hebt helemaal gelijk: hij relativeert Thomas daar totaal niet. Waar Max (de echte zoon) vol woede en frustratie zit over de emotionele afwezigheid van zijn vader, reageert de verteller in hoofdstuk 1 als een volkomen loyale, bijna slaafse discipel. Waarom weigert de hoofdpersoon in hoofdstuk 1 zo resoluut om kritisch te zijn op zijn dementerende leermeester? En hoe zit het met die traditie van interviews uitschrijven?

Waarom de verteller Thomas blind adoreert

Er zijn een paar diepere redenen waarom de verteller in hoofdstuk 1 weigert de demente werkelijkheid van Thomas onder ogen te zien:

  • Thomas heeft zijn leven gered: Verderop in het boek wordt duidelijk dat de verteller tijdens zijn studententijd een zware mentale inzinking heeft gehad en stemmen hoorde. Thomas hielp hem daar destijds doorheen met een fascinerend experiment met 'fantoomstemmen' in een geluidsstudio, wat de verteller het gevoel gaf dat hij niet gek was. De verteller zegt letterlijk dat dit moment, samen met honderden andere momenten in Thomas' onderwijs, hem heeft gered. Uit pure dankbaarheid en loyaliteit kán en wil hij de man nu niet herdefiniëren als een 'brekkige, demente man'.
  • De regressie naar de studentenrol: Zodra de verteller zijn smartphone verliest, raakt hij in paniek en verliest hij zijn volwassen identiteit. In de aanwezigheid van Thomas regresseert hij onmiddellijk naar de rol van de onzekere, stuntelige student die hunkert naar de goedkeuring van de meester. Hij heeft simpelweg de emotionele afstand niet om kritisch te zijn; hij wil alleen maar dat de 'magie' van de grote denker in stand blijft.
  • Thomas' verwarring verheffen tot kunst: Als Thomas de verteller begint te verwarren met zijn eigen zoon Max en reizen erbij haalt die nooit hebben plaatsgevonden, spreekt de verteller Thomas niet streng tegen. In plaats daarvan gaat hij mee in de stroom. Hij behandelt de gaten in Thomas' geheugen niet als een medisch defect, maar als een poëtische, intellectuele keuze. Hij maakt van de dementie een 'stijl'.

Het uitschrijven van het interview: Wat is het probleem?

Je stelt een heel terechte vraag: interviews uitschrijven uit het hoofd of op basis van summiere aantekeningen is historisch gezien inderdaad heel normaal geweest in de journalistiek. Waarom maakt het boek (en met name curator Rosa in hoofdstuk 2) er dan zo'n enorm schandaal van?

Het probleem zit hem in twee specifieke dingen die de verteller heeft gedaan:

  1. Misleiding onder valse voorwendselen: De verteller heeft de demente Thomas verteld dat hij werd opgenomen. Hij legde zijn kapotte telefoon met een strak gezicht face-down op tafel en zei: "We zijn aan het opnemen." Thomas paste zijn hele gedrag, zijn tempo en zijn verhalen aan op het idee dat hij een officieel document voor het archief aan het creëren was. Hij speelde een rol voor de microfoon die er niet was. Zoals Rosa in hoofdstuk 2 zegt: "Het is niet routineus om te horen dat je wordt opgenomen als dat niet zo is. En bovinder dien was de man cognitief verminderd."
  2. Het canoniseren van een 'Deep Fake': Omdat het Thomas' allerlaatste interview was, werd de tekst door de academische elite direct heilig verklaard. Mensen citeerden de tekst op het symposium en drukten citaten ervan af in officiële programmaboekjes. Het feit dat de verteller de tekst achteraf in zijn hotelkamer grotendeels zelf heeft moeten componeren (en daarbij waarschijnlijk zijn eigen interpretaties in Thomas' mond heeft gelegd), maakt het voor de buitenwacht een ethische schending. Hij heeft de intellectuele nalatenschap van een stervend icoon naar zijn eigen hand gezet.

Hoofdstuk 2 legt zo pijnlijk bloot dat de hele academische wereld dol is op de mythe van de Grote Intellectueel, en dat ze de verteller eigenlijk kwalijk nemen dat hij de illusie heeft doorgeprikt. Door toe te geven dat het fictie was, heeft hij hun heilige object besmet.