In de vorige blog ging het over (AI en) modellen/economen. Is de komst van AI goed nieuws voor de echte inhoudelijke discussie en kunnen we het gaan hebben over meer (maatschappelijk) relevant werk van economen? Een soortgelijke discussie speelt ook bij de komst van AI en kunst. Hier speelt het nog veel scherper, want creatief en uniek menselijk en onmisbaar en onvervangbaar etc. Ik zou bijna denken dat het hier om een bewuste afleidingsmanoeuvre gaat want zonder iets aan het belang van kunst af te willen doen zou het meer over maatschappelijk onrecht mogen gaan (brood en spelen?).

Het is alweer even geleden dat ik het stuk van Bob de Jong in de VK las, dus doe het bewust weer even uit het hoofd. Vanzelfsprekend staat de kunst-wereld op zijn kop door AI. Zelfs ik kan leuke plaatjes maken met AI. Het bedenken van een logo voor een site of bedrijf: piece of cake. AI maakt alles plat en verdringt het unieke creatieve van de mens, dat moet stoppen. Iemand had (bij wijze van experiment) een 'AI-schilderij' op social media gezet en vroeg om reacties. Nou, dat was duidelijk te zien, gemaakt door AI, mist de ziel, onpersoonlijk, slechte reproductie etc etc. Tot de poster zei dat het hier om een oorspronkelijk maar onbekend werk ging van (gerenommeerd) kunstenaar X. De Jong stelt dat dit patroon bij elke vernieuwing door de kenners en gevestigde orde identiek is, zelfs tot in de gebruikte woorden. Eerst komt de weerstand, dan wordt het zoetjes aan omarmt, dan is het langzaamaan geniaal en vernieuwend, totdat het weer regulier wordt en er een nieuwe gevestigde orde bijhoort. Die dan later in de volgende ronde ook weerstand gaat vertonen tegen de alsdan komende vernieuwing.

Ik wil zelf geen oordeel hebben over AI in relatie tot kunst. Ik heb er te weinig verstand van, wat kunst is of moet zijn. Wel weet ik dat er veel zal veranderen en vind ik de patronen en dynamieken boeiend en herkenbaar en zelfs voorspelbaar. Ik wil wel eens weten in hoeverre dit verhaal van De Jong (met dat heerlijke experiment) raakvlakken heeft met mijn eigen stokpaardjes. Het gaat toch weer over macht, elites, poortwachters en belangen. En de dynamiek in voorspelbare en herhaalbare patronen die kan nog wel wat explicieter worden gemaakt.


Dit sluit verrassend goed aan bij veel thema's op Rudymentair: macht, selectie, façade, optimale extractie, elites, meritocratie en de vraag wie bepaalt wat waarde heeft.

1. Kwaliteitsargumenten zijn vaak vermomde machtsargumenten

Wanneer een gevestigde groep zegt dat iets "geen kwaliteit" heeft, gaat het regelmatig niet over kwaliteit maar over het beschermen van een positie.

2. Elke elite verdedigt haar eigen toegangspoort

Gilden, universiteiten, banken, media, kunstenaars, consultants en politici verschillen minder van elkaar dan ze denken: allemaal bewaken ze de toegang tot hun domein.

3. De strijd gaat zelden over de technologie zelf

De echte strijd gaat over wie status, inkomen, invloed en legitimiteit verliest wanneer een nieuwe technologie verschijnt.

4. Democratisering wordt vrijwel altijd gepresenteerd als kwaliteitsverlies

Toen iedereen kon drukken, fotograferen, bloggen of muziek maken, werd voorspeld dat de kwaliteit zou instorten. Meestal bleek vooral het monopolie te verdwijnen.

5. Mensen verdedigen hun investering, niet hun principes

Wie twintig jaar heeft geïnvesteerd in een bepaald vak, diploma of netwerk heeft er belang bij dat die investering schaars blijft.

6. De grootste tegenstanders van verandering zijn vaak voormalige rebellen

De revolutionair van gisteren wordt de poortwachter van vandaag. De rebel wordt uiteindelijk onderdeel van het systeem dat hij ooit bestreed.

7. Het begrip "vakmanschap" wordt vaak strategisch ingezet

Vakmanschap bestaat echt, maar wordt ook gebruikt als argument om concurrentie buiten te sluiten wanneer technische ontwikkelingen de toetredingsdrempel verlagen.

8. Waarde ontstaat niet alleen door kwaliteit maar ook door schaarste

Een Monet is niet alleen waardevol omdat hij mooi is, maar ook omdat er weinig van zijn en omdat instituties hebben afgesproken dat hij belangrijk is.

9. Veel instituties leven van kunstmatige schaarste

Of het nu gaat om grond, geld, diploma's, vergunningen of kunst: een groot deel van de economische waarde komt voort uit gecontroleerde toegang.

10. Geschiedenis laat zien dat elites zelden worden overtuigd

Nieuwe technologieën winnen meestal niet doordat critici van mening veranderen, maar doordat gebruikers de oude poortwachters simpelweg omzeilen.

Een elfde, meer Rudymentair-achtige stelling zou kunnen zijn:

"Wanneer iemand zegt dat iets geen echte kunst, geen echte journalistiek, geen echte wetenschap of geen echte economie is, begint vaak niet een debat over kwaliteit maar een gevecht over wie het recht heeft om de definitie te bepalen."

Dat is eigenlijk dezelfde dynamiek die je ook terugziet bij banken versus Bitcoin, uitgevers versus bloggers, universiteiten versus autodidacten, traditionele media versus sociale media en zelfs bij de woningmarkt: degene die de toegangspoort bezit, presenteert zijn belang als algemeen belang. Dat maakt de macht vaak onzichtbaar.


De dynamiek is ongeveer deze:

  1. Nieuwe techniek verschijnt
    Drukpers, verftube, fotografie, Duchamp, AI.
  2. Bestaande elite schrikt
    Niet omdat de kunst verdwijnt, maar omdat hun poortwachtersrol wordt bedreigd.
  3. De kritiek wordt verheven geformuleerd
    Men zegt: het mist ziel, vakmanschap, intentie, rust, diepte, kwaliteit.
  4. Maar eigenlijk gaat het over toegang
    Wie mag kunstenaar heten? Wie mag publiceren? Wie mag exposeren? Wie bepaalt de norm?
  5. De nieuwe techniek verlaagt de drempel
    Meer mensen kunnen drukken, schilderen, fotograferen, beelden maken.
  6. De oude garde noemt dat vervlakking
    Democratisering wordt vermomd als kwaliteitsverlies.
  7. De buitenstaanders worden eerst belachelijk gemaakt
    Impressionisten, fotografen, Duchamp, AI-kunstenaars: allemaal worden ze weggezet als gemakzuchtig of onecht.
  8. Daarna verandert de kunst zelf
    Schilderkunst hoeft niet meer realistisch te zijn. Kunst hoeft niet meer alleen handwerk te zijn. Intentie verschuift.
  9. De vroegere rebellie wordt later canon
    Wat eerst werd geweigerd, hangt later in musea en staat in studieboeken.
  10. De nieuwe canon bewaakt vervolgens zelf de poort
    De erfgenamen van de vorige revolutie blokkeren de volgende.
  11. Het patroon herhaalt zich
    De taal verandert, maar de reflex blijft: “dit is geen echte kunst”.
  12. De kernzin
    Niet de techniek bepaalt het oordeel, maar de positie van degene die oordeelt. Wie de drempel bezit, noemt zijn macht liever smaak, kwaliteit of ziel.


Bob de Jong in de Volkskrant (AI samenvatting)

In een opiniestuk in de Volkskrant beschrijft kunstenaar en filmmaker Bob de Jong hoe de weerstand tegen AI in de kunst geen nieuw verschijnsel is, maar een oud patroon herhaalt. Aanleiding is een experiment op X: een echte Monet werd gepresenteerd alsof het een AI-beeld was. Prompt zagen critici er precies de gebreken in die zij bij AI verwachten: geen ziel, geen rust, geen vonk, slechte compositie. Toen bleek dat het om een echte Monet ging, werd duidelijk dat niet het oog had geoordeeld, maar het etiket.

Volgens De Jong is dit patroon eerder zichtbaar geweest bij grote technische breuken in de kunstgeschiedenis. De drukpers werd gezien als bedreiging voor het handgeschreven woord. De verftube zou het ambacht van de schilder aantasten. Fotografie werd afgedaan als mechanisch drukken op een knop. Duchamps urinoir werd eerst geweigerd en later heilig verklaard als avant-garde. Steeds opnieuw werd een nieuwe techniek eerst weggezet als onzuiver, gemakzuchtig of zielloos, waarna zij later alsnog onderdeel werd van de kunstgeschiedenis.

De diepere inzet is volgens De Jong niet alleen esthetisch, maar institutioneel. Nieuwe technieken bedreigen de infrastructuur van toegang: wie mag maken, wie mag publiceren, wie mag tentoonstellen, wie mag bepalen wat kunst is? De gevestigde orde verdedigt haar positie meestal niet openlijk als macht, maar verpakt die verdediging in woorden als kwaliteit, vakmanschap, intentie en ziel.

Dat maakt het artikel interessant voor een economische lezing. Kunst is hier niet alleen expressie, maar ook een systeem van poortwachters, schaarste en erkenning. Wat eerst rebellie was, wordt later canon. En zodra die canon eenmaal in musea, opleidingen en catalogi is vastgelegd, kan zij opnieuw worden gebruikt om de volgende buitenstaanders buiten te houden.

De scherpste observatie is misschien dat kennis van de geschiedenis ons niet automatisch beschermt tegen herhaling. Juist mensen die weten hoe impressionisme, fotografie en Duchamp ooit werden afgewezen, kunnen nu dezelfde reflex vertonen tegenover AI. De oude revolutionair is dan de nieuwe curator geworden. Hij herkent de vorige revolutie, maar niet de volgende.

Bron: Bob de Jong, “Opinie: Waarom de weerstand tegen AI in kunst een eeuwenoud patroon volgt”, de Volkskrant, 30 mei 2026. Ingezonden opiniestuk.