Ik schreef vaker over Musk. Recent nog in blog 767 (en dat weer nav een nieuw boek over Musk, de Musk-modus, dat ik nog moet lezen). Ik blijf de man fascinerend vinden ondanks zijn rare en niet-goed-te-praten escapades. Hij is niet zo makkelijk in een hokje te plaatsen, hij is niet your average ondernemer, hij behoort bij de rijksten der aarde maar (volgens mij) is geld niet zijn drive. Hij is met iets groters bezig al vanaf zijn eerste stappen en heel consistent. Jos (de bekende Jos, komt vaker hier terug) vond dat ik vergeten was de link van Musk met Peter Thiel en de zogenaamde Paypal-maffia te benoemen. Ik ben daar wel van op de hoogte maar vind/vond dat het niet veel toevoegt aan mijn stelling over Musk en zijn drives. Toch was dat de aanleiding voor mij om nog verder te verdiepen. Ondanks dat dit vermoedelijk een never-ending-story is (complex, veelvormig), komen er nu voor mij weer een aantal eerdere lijnen bij elkaar. Ik probeer het maar even staccato in bullits bij elkaar te harken. En by the way: ik zal dit hele verhaal meanderend en filosofisch hervertellen over enkele blogs (#780 zie aldaar).
- Het gaat mij over ondernemerschap, dat is de start.
- Waarom is ondernemerschap zo boeiend voor mij? Omdat dit de kern is van de economie, het is het hart van de meeste economische modellen (streven naar maximale winst, bron van welvaart en productie etc) en ondertussen weten we eigenlijk niet of nauwelijks wat het is en hoe het tot stand komt.
- De economie kan ons daar ook niet echt verder in helpen, ik heb vroeger daar een hele serie blogs aan gewijd, kwam ook niet veel verder, maar mijn fascinatie zit bij de diepere drives, waarom zijn dit soort mensen vaak zo monomaan gericht op geld, status, succes en het realiseren van hun (vaak redelijk beperkte) doelen ten koste van heel veel om hen heen inclusief hun eigen dagelijkse leven en geluk. Het is meer psychologie van economie.
- Dan schuren we ook heel dicht aan tegen soortgelijk gedrag van artiesten, kunstenaars, wetenschappers en uitvinders. Vermoedelijk andere drives maar met dezelfde monomanie en rechtlijnige focus op een beperkte set doelen en vaardigheden en met dezelfde vaak funeste gevolgen voor henzelf en hun eigen omgeving.
- En zo was mijn redenering altijd, Musk past niet in dat rijtje, hij is anders, zit eerder tegen iemand als Tesla aan. Een ondernemer met een echte grotere visie (voor de mensheid, de wereld), dat zie je nauwelijks tot nooit (en dan nog hooguit in woorden, marketing). Nee ook Jobs en Gates zijn van een andere orde. Dat zijn veel meer mensen met weliswaar een visie (maar dan niet op wereldschaal, hooguit voor een sector) maar met de eigenschappen van rovers en afromers, en zo veel dichter bij de 'echte' ondernemers (want de kern van ondernemen en rijk worden, zie ook aantal blogs eerder, is slim roven en concurrentie vroegtijdig uitschakelen, niets met innovatie en andere romantische prietpraat).
- Langzaamaan verschuift de discussie zo van ondernemerschap naar missie-gedreven-monomane focus op grotere zaken. Van de kunstenaar-uitvinder-ondernemer en individu naar grotere zaken op hoger abstractie niveau. Ik zou zeggen, van micro naar macro. Met zo de directeur van een familiebedrijf als een tussenvorm, zo iemand kijkt verder dan zijn eigen visie, het gaat daar om een legacy, continuïteit, familie- of dynastie-belang. Je zou dat meso-niveau kunnen noemen.
- Overigens zou je dan ook kunnen denken aan heersers, politici en leiders van grote bewegingen .... zover ben ik nog niet, ik laat die voor nu buiten beschouwing.
- Door de beweging van micro naar macro, kom ik ook weer terug op mijn andere grote thema (van Olson): van rondtrekkende naar stationaire bandieten. Zie aldaar, via zoekfunctie. De bandiet die op één plek blijft heeft er belang bij dat de onderdrukten in leven blijven om zo tot optimale extractie te kunnen komen. Zo werkt de maffia, de adel, veel ondernemingen en zelfs de staat (de oorsprong van belastingheffing). En enkele blogs geleden kwam er een nieuwe bandiet bij: de fluïde bandiet die ook niet meer aan een plek is gebonden, over de hele wereld opereert, onzichtbaar is en overal zijn tentakels heeft zitten via lobby en macht. Kortom: de grote bedrijven die zich niks meer van natiestaten aantrekken en via legers advocaten, juristen en arrangementen geen belasting meer hoeven te betalen. Optimale extractie next level.
- En nog weer de volgende fase, ik schreef daar over oa bij de bespreking van het UBI (universeel basis inkomen), is van optimale extractie naar optimale uitsluiting. Nog steeds gold in de geschiedenis dat onderdrukkers onderdrukten nodig hadden om te kunnen afromen. Wellicht komen we in een tijd dat zelfs de onderdrukten niet meer nodig zijn, AI kan alles voor de kapitaalbezitter doen, en de onderdrukten worden een last. Nu komen we zoetjes aan uit bij weer een ander topic van mij, Ayn Rand en haar ideologie, en zo kom ik dan eindelijk uit op de Paypal-maffia en Peter Thiel. Het gaat om ondernemers/biljonaires die zich uit deze wereld terugtrekken zoals Rand in haar magnum opus beschreef en zelf willen bepalen wie ze toelaten tot hun kringen en waar ze hun geld aan uit willen geven (eigen staat, eigen goede doelen, buiten democratische controle).
- Vreemd genoeg kwam ik zo zelf verrast uit bij Walt Disney. Jongens als Thiel die hun eigen wereld willen bouwen met hun eigen mensen, die jagen ook een droom na (die vallei van Rand realiseren met alleen slimme rijke originele lieden uit eigen club). Ergens deed Walt Disney dat ook, van jongs af aan wilde hij zijn eigen fantasie-wereld creëren. Ook Disney past moeilijk in de rijtjes met ondernemers-eigenschappen. Waar Musk ergens lijkt op Tesla, zo lijkt Thiel ergens op Disney.
Hieronder de samenvatting en tabellering van deze gedachtenstreepjes en op het eind een PS als epiloog op het vorige gemis aan vernoeming van Paypal en Thiel cs. Overigens is een hele terechte toevoeging van Jos dat al deze rovers (Musk incluis) ondanks hun zogenaamde hekel aan overheid, belasting en regels zelf volop gebruik maken van diezelfde overheid en subsidies en de regels in hun voordeel buigen. Voor mij volstrekt logisch en een voorbeeld van 'VVD in het groot' en van 'goede marketing en pr'. Dat is toch wat optimale extractie is? Eerst opeten en leegzuigen en dan achteloos weggooien en over de schutting kieperen en dan zeggen dat het je eigen verdienste is, niet wezenlijk anders van wat de adel als stationaire bandieten deden.
Van ondernemer tot wereldbouwer: hoe ik bij Musk, Thiel en Disney uitkwam
Ik schrijf vaker over Elon Musk. Niet omdat ik hem een sympathiek figuur vind — zijn escapades zijn regelmatig niet goed te praten — maar omdat hij maar niet in een bekend hokje wil passen. Hij is schatrijk, maar geld lijkt niet zijn drijfveer te zijn. Hij is ondernemer, maar niet op de manier waarop de meeste ondernemers dat zijn. Er zit al vanaf zijn eerste stappen iets groters achter, en dat is opvallend consistent gebleven.
Een vriend, Jos, wees me erop dat ik in een eerder stuk was vergeten Musk te verbinden aan Peter Thiel en de zogenoemde "PayPal-maffia" — het groepje vroege PayPal-oprichters dat later overal in Silicon Valley opduikt. Ik wist dat verband natuurlijk wel, maar dacht dat het weinig toevoegde aan mijn punt over Musk. Toch bleek die opmerking de aanleiding om verder te graven. En zoals dat vaker gaat: eenmaal aan het denken kwamen een paar losse lijnen die ik al jaren volg ineens bij elkaar.
Het begint bij ondernemerschap
Mijn fascinatie begint eigenlijk bij een simpele constatering: ondernemerschap staat centraal in de economie — het is de motor achter winst, welvaart en productie in vrijwel elk economisch model — en toch weten we eigenlijk niet goed wát het is en hoe het ontstaat. De economische theorie helpt daar nauwelijks bij. Wat mij vooral bezighoudt is niet de theorie, maar de psychologie erachter: waarom richten sommige mensen zich zo monomaan op geld, status en het realiseren van hun (vaak vrij beperkte) doelen, ten koste van bijna alles om hen heen — inclusief hun eigen geluk?
Die vraag brengt je automatisch dicht bij ander obsessief gedrag: dat van kunstenaars, wetenschappers en uitvinders. Andere drijfveren waarschijnlijk, maar dezelfde eenkennige focus en dezelfde neiging om zichzelf en hun omgeving daaraan op te offeren.
Waarom Musk anders is
Lange tijd was mijn redenering: Musk hoort niet in dat rijtje van "gewone" grote ondernemers. Hij lijkt meer op Tesla (de uitvinder, niet het bedrijf) dan op een klassieke zakenman. Hij heeft namelijk een visie die verder reikt dan zijn eigen bedrijf of sector — een visie op wereldschaal, iets wat je bij vrijwel niemand anders ziet, hooguit als marketingpraatje. Ook Jobs en Gates vallen daarbuiten: mensen met een visie, zeker, maar wel begrensd tot hun eigen sector, en verder gewoon uitstekende "rovers" — mensen die vooral heel slim zijn in het uitschakelen van concurrentie. Dat is namelijk, nuchter bekeken, waar ondernemen en rijk worden meestal op neerkomt: niet zozeer innovatie, maar behendig roven en concurrenten vroegtijdig de pas afsnijden.
Van individu naar systeem
Zo verschuift het verhaal langzaam van individueel ondernemerschap naar iets groters: een missiegedreven, monomane focus die boven het niveau van één persoon uitstijgt. Je zou het een beweging kunnen noemen van micro naar macro. Een tussenvorm is de directeur van een familiebedrijf: die kijkt al verder dan zijn eigen leven, want het gaat hem om continuïteit, om de familie of de dynastie — een soort mesoniveau tussen het individu en het grote geheel. (Heersers, politici en leiders van grote bewegingen zouden in dit rijtje ook passen, maar die laat ik hier nog buiten beschouwing.)
De bandiet die van plaats verandert
Die beweging van micro naar macro brengt me bij een ander terugkerend thema: het onderscheid van econoom Mancur Olson tussen de rondtrekkende en de stationaire bandiet. De bandiet die zich ergens vestigt, heeft er belang bij dat de mensen die hij uitbuit in leven blijven — alleen dan kan hij ze dúúrzaam blijven afromen. Zo werkte de maffia, zo werkte de adel, en zo werkt in de kern ook de staat (denk aan de oorsprong van belastingheffing).
Onlangs voegde ik daar een derde type aan toe: de fluïde bandiet. Die is niet meer aan een plek gebonden, opereert wereldwijd, is grotendeels onzichtbaar en heeft overal invloed via lobby's en juridische constructies. Denk aan de multinationals die zich niets meer aantrekken van landsgrenzen en met legers advocaten en fiscale arrangementen nauwelijks nog belasting betalen. Optimale extractie, maar dan in een hogere versnelling.
Van afromen naar uitsluiten
Er is nog een fase daarna, waar ik eerder over schreef bij het thema basisinkomen: de verschuiving van optimale extractie naar optimale uitsluiting. Door de hele geschiedenis heen hadden onderdrukkers de onderdrukten namelijk gewoon nódig om iets af te kunnen romen. Maar wat als dat niet meer zo is? Als AI straks alles kan doen wat een kapitaalbezitter nodig heeft, dan worden de mensen die vroeger uitgebuit werden ineens overbodig — een last in plaats van een bron van waarde.
Daarmee kom ik vanzelf uit bij Ayn Rand en haar ideologie, en zo eindelijk bij de PayPal-maffia en Peter Thiel. Het gaat dan om ondernemers en miljardairs die zich willen terugtrekken uit de samenleving, precies zoals Rand dat beschreef in haar bekendste roman: zelf bepalen wie ze toelaten tot hun kring, en zelf bepalen waar hun geld aan besteed wordt — hun eigen staat, hun eigen goede doelen, buiten elke democratische controle om.
En dan, onverwacht: Walt Disney
Tot mijn eigen verrassing kwam ik zo uit bij Walt Disney. Mensen als Thiel, die hun eigen wereld willen bouwen met hun eigen geselecteerde mensen, jagen eigenlijk dezelfde droom na als Rand beschreef: een besloten vallei vol slimme, rijke, gelijkgestemde mensen. En dat deed Disney, op zijn eigen manier, ook al van jongs af aan — hij wilde zijn eigen fantasiewereld bouwen. Ook hij past daarom slecht in het gewone rijtje van ondernemerseigenschappen. Waar Musk dus een beetje op Tesla lijkt, lijkt Thiel een beetje op Disney.
Hierna volgt in de post zelf de uitwerking in tabelvorm — de typologie van drives en de zes organisatiefasen — als een soort systematische samenvatting van deze denklijn.
1. De monomaan: kunstenaar, uitvinder, ondernemer
Sommige mensen wijden hun leven aan één ding. Dat kan een schilderij zijn, een roman, een machine, een bedrijf, een raket of een pretpark. Van buitenaf noemen we dat talent, roeping of ondernemerschap. Van dichtbij lijkt het vaak meer op vernauwing: een groot deel van het leven wordt opgeofferd aan één project.
2. De drives: maken, winnen, bouwen, gezien worden
Het geldmotief is daarvoor te grof. Geld kan brandstof zijn, applaus, toegangsbewijs, scorebord of verdedigingswal. De diepere vraag is welke drive achter de gedrevenheid schuilgaat.
3. Wanneer monomanie schaal krijgt
Zolang de monomaan kunstenaar of kleine ondernemer blijft, blijft de schade meestal persoonlijk of lokaal. Maar zodra zijn project zich verbindt met kapitaal, technologie, arbeid, staat en infrastructuur, verandert het karakter. Dan wordt een persoonlijke drive een maatschappelijk systeem.
4. Van extractie naar uitsluiting
De oude machthebber had de massa nodig. Eerst als prooi, later als onderdaan, arbeider, consument en kiezer. Maar naarmate kapitaal, technologie en netwerken mobieler worden, verandert de fantasie. De vraag wordt niet langer alleen hoe waarde uit de massa gehaald kan worden, maar ook hoe men zich van haar kan losmaken.
5. Disney, Musk en Thiel: drie wereldbouwers
Disney bouwde een gecontroleerd droomuniversum voor de massa. Musk bouwt aan een ark voor de soort. Thiel bouwt tafels, netwerken en spelregels voor de elite. Alle drie zijn wereldbouwers, maar hun wereld is anders ingericht.
Typologie van drives
| Type | Diepste drive | Wat offert hij op? | Wat kan het opleveren? | Waar wordt het leeg of gevaarlijk? |
|---|---|---|---|---|
| De kunstenaar | Een innerlijke vorm moet eruit. Het werk vraagt om voltooiing, ook als niemand erom gevraagd heeft. | Rust, inkomen, sociale aanpassing, soms geluk en relaties. | Schoonheid, verbeelding, kritiek, troost, nieuwe manieren van kijken. | Wanneer het lijden zelf tot bewijs van genialiteit wordt gemaakt. |
| De uitvinder | Een technisch probleem moet opgelost worden. De wereld klopt nog niet; er ontbreekt een apparaat, methode of systeem. | Tijd, zekerheid, sociaal leven, soms financieel verstand. | Nieuwe technieken, praktische vooruitgang, onverwachte maatschappelijke waarde. | Wanneer de oplossing belangrijker wordt dan de mensen voor wie zij bedoeld was. |
| De bouwer | Iets tot stand brengen dat blijft staan: een bedrijf, gebouw, merk, organisatie of infrastructuur. | Vrije tijd, gezinsleven, reflectie, maatgevoel. | Werk, producten, organisatiekracht, continuïteit. | Wanneer bouwen omslaat in bezitten, controleren en uitbreiden om het uitbreiden. |
| De speler | Het spel doorzien en winnen. Niet noodzakelijk iets moois maken, maar slimmer zijn dan de rest. | Warmte, vertrouwen, loyaliteit, soms moraal. | Strategie, scherpte, nieuwe combinaties, marktkansen. | Wanneer mensen pionnen worden en de samenleving een schaakbord. |
| De statuszoeker | Erkenning. Gezien worden als belangrijk, succesvol, invloedrijk of behorend tot de juiste kring. | Authenticiteit, inhoud, soms waarheid. | Netwerken, lokale initiatieven, sponsoring, banen, ondernemingszin. | Wanneer de missie niet verder komt dan de yacht, de bitterbal, de businessclub en het applaus van gelijkgestemden. |
| De kleine macher | Niet groots scheppen, maar lokaal meetellen: de vereniging, de vastgoedtafel, de partijbijeenkomst, het bestuur. | Onafhankelijk denken; men gaat praten zoals de kring praat. | Bestuurlijke energie, praktische oplossingen, gemeenschapszin. | Wanneer algemeen belang een nette verpakking wordt voor eigen kringbelang. |
Zes fasen van organisatie
| Fase | Wat wordt georganiseerd? | Relatie tot anderen | Dominante drive | Maatschappelijke opbrengst | Schaduwzijde |
|---|---|---|---|---|---|
| 1. Het familiebedrijf | Bezit, vakmanschap, naam, opvolging en continuïteit. | Werknemers en klanten zijn nog herkenbaar. De ondernemer woont vaak in dezelfde wereld als de mensen om hem heen. | Behouden, doorgeven, zorgen dat de naam blijft bestaan. | Continuïteit, lokale binding, lange termijn, verantwoordelijkheid. | Nepotisme, gesloten netwerken, erfelijke voorsprong, verwarring van familiebelang met algemeen belang. |
| 2. De fabriek | Arbeid, discipline, productie, schaal en efficiency. | De massa is nodig als arbeider, soldaat, consument en kiezer. Er is uitbuiting, maar ook wederzijdse afhankelijkheid. | Productie organiseren en surplus afromen. | Banen, betaalbare producten, infrastructuur, industrialisatie. | Vervreemding, uitbuiting, milieuschade, klassentegenstelling. |
| 3. Het concern / ecosysteem | Niet één fabriek, maar ketens, leveranciers, standaarden, distributie, merken en afhankelijkheden. | Anderen worden onderdeel van het systeem: toeleverancier, franchisenemer, dealer, gebruiker, ontwikkelaar of contractpartij. | Coördineren, opschalen, markten naar zich toe trekken. | Efficiëntie, wereldwijde beschikbaarheid, innovatie, professionele organisatie. | Afhankelijkheid, marktmacht, druk op marges, onzichtbare dwang. |
| 4. Het platform | Toegang. Wie zichtbaar is, wie gevonden wordt, wie mag verkopen, wie mag spreken, wie data levert. | De massa is niet alleen arbeider of consument, maar gebruiker, dataproducent en gedragsobject. | Poortwachter worden. Niet alles zelf doen, maar de voorwaarden bepalen waaronder anderen iets mogen doen. | Gemak, bereik, nieuwe markten, snelle coördinatie. | Lock-in, surveillance, afhankelijkheid, censuurmacht, technofeodale tolheffing. |
| 5. De fluïde constructie | Juridische en financiële verplaatsbaarheid: holdings, fiscale routes, contracten, trusts, internationale arbitrage. | Men profiteert van staten, infrastructuur en opgeleide mensen, maar wil niet langer gebonden zijn aan de verplichtingen van diezelfde samenleving. | Ontsnappen aan plaats, belasting, toezicht en democratische correctie. | Soms kapitaalallocatie en internationale schaal. | Optimale extractie: wel nemen uit de samenleving, maar zo weinig mogelijk teruggeven. |
| 6. De enclave / vallei | Uitsluiting, selectie, afzondering en toegang tot de eigen kring. | De massa wordt niet meer vooral gezien als bron van waarde, maar als risico, lastpost of overbodige restcategorie. | Niet langer optimale extractie, maar optimale uitsluiting: wonen, werken, denken en beslissen met de eigen soort. | Voor de elite: veiligheid, snelheid, gelijkgestemdheid, bescherming van vermogen en project. | Democratische leegloop, sociale verharding, morele afscheiding, het verdwijnen van wederzijdse afhankelijkheid. |
Musk als uitzondering
Musk past slecht in het klassieke beeld van de rijkaard die vooral luxe, erkenning of toegang tot de elite zoekt. Zijn rijkdom lijkt minder bedoeld om te consumeren dan om te mobiliseren. Hij leeft niet als iemand die eindelijk wil genieten van zijn bezit, maar als iemand die bezit gebruikt om een jeugdmissie technisch uitvoerbaar te maken.
Dat maakt hem niet onschuldig. Integendeel: juist de missiegedrevene is gevaarlijk wanneer hij gaat geloven dat vertraging, tegenspraak en democratische remmen obstakels zijn voor het redden van de mensheid. Bij Musk is de vraag dus niet: wil hij een yacht? De vraag is: welke offers mogen volgens hem gebracht worden voor de ark?
Disney als overgangsfiguur
Walt Disney laat zien hoe de maker kan uitgroeien tot systeemarchitect. Hij begon met tekeningen, personages en films, maar eindigde met een gecontroleerd universum: een wereld waarin beeld, muziek, gedrag, consumptie, architectuur en moraal op elkaar werden afgestemd.
Daarmee staat Disney tussen kunstenaar en platformbouwer in. Hij maakte niet alleen verhalen; hij bouwde een omgeving waarin mensen tijdelijk konden leven binnen zijn verhaal. Disneyland is de droom van de kunstenaar die ondernemer wordt en vervolgens stedenbouwer van zijn eigen verbeelding.
Drie wereldbouwers vergeleken
| Wereldbouwer | Wat bouwt hij? | Voor wie? | Diepere drive | Schaduwzijde |
|---|---|---|---|---|
| Disney | Een gecontroleerd fictief universum. | De massa, vooral gezinnen en kinderen, maar binnen een strak script. | Betovering, orde, verbeelding, controle over ervaring. | Werkelijkheid wordt decor; gedrag wordt geregisseerd. |
| Musk | Een technische ark: raketten, energie, satellieten, AI, Mars. | In zijn eigen verhaal: de mensheid of zelfs de soort. | Overleving, versnelling, beschavingsmissie. | De missie kan elk middel gaan heiligen. |
| Thiel | Netwerken, spelregels, kapitaalroutes en elitecircuits. | De geselecteerden: founders, denkers, politici, investeerders. | Curatie, exit, monopolie, controle over het speelveld. | Democratische ruimte verschuift naar besloten tafels. |
Postscript — De PayPal-maffia, of: de garage had staatsleidingen
Na mijn blog over Musk wees Jos mij op een lacune. Ik had Musk neergezet als een uitzonderlijke missiegedreven bouwer, een man die niet goed past in het gewone rijtje van rijke statuszoekers, dynasten of bitterballenondernemers. Maar, schreef Jos, Musk stond niet alleen. Hij was onderdeel van de PayPal Maffia: het netwerk van voormalige PayPal-oprichters en vroege medewerkers dat na de verkoop aan eBay in 2002 een buitengewone invloed kreeg op Silicon Valley. De term werd beroemd door een Fortune-fotoshoot uit 2007 waarin de groep als maffiosi poseerde; uit dat netwerk kwamen of groeiden later bedrijven en investeringen rond onder meer Tesla, SpaceX, LinkedIn, YouTube, Yelp en Palantir. (Wikipedia)
Jos had gelijk dat dit toegevoegd moest worden. Niet omdat het mijn stelling over Musk volledig verandert, maar omdat het de mythe van de eenzame ondernemer verder sloopt. Musk was geen man die vanuit een kale garage eigenhandig de toekomst uitvond. Hij stond op een vloer van netwerken, exitgeld, Silicon Valley-kapitaal, Amerikaanse technologiepolitiek, overheidscontracten, defensiebelangen, NASA-programma’s, universiteiten, fiscale regels, publiek onderzoek en een tijdgeest waarin grote risico’s opnieuw financierbaar werden. De garage, zou je kunnen zeggen, had staatsleidingen onder de vloer.
Dat geldt niet alleen voor Musk. Het geldt misschien nog scherper voor Peter Thiel. Palantir werd in zijn vroege jaren geholpen door In-Q-Tel, de investeringsarm van de CIA; Forbes beschreef hoe In-Q-Tel in twee rondes meer dan 2 miljoen dollar investeerde en Palantir daarmee niet alleen geld, maar ook toegang tot een cruciaal veiligheidsnetwerk kreeg. (Forbes) SpaceX kreeg eind 2008 een NASA-contract van 1,6 miljard dollar voor twaalf ISS-bevoorradingsmissies, precies in de fase waarin Musk zelf later heeft verteld dat SpaceX en Tesla dicht bij de afgrond stonden. (NASA Office of Inspector General) Tesla kreeg in 2009/2010 ongeveer 465 miljoen dollar aan goedkope leningen van het Amerikaanse Department of Energy voor de ontwikkeling van elektrische voertuigen en productiefaciliteiten. (The Department of Energy's Energy.gov)
Daarmee verschijnt een paradox die in dit hele verhaal thuishoort. De libertaire of anti-overheidsachtige techretoriek begint vaak pas nadat de overheid haar werk heeft gedaan als klant, financier, risicodrager, onderzoeksbasis, infrastructuurbouwer of militaire opdrachtgever. Eerst is de staat lanceerplatform. Later heet dezelfde staat bureaucratie. Toch verandert dit voor mij niet wezenlijk wat Musk betreft. Het maakt hem minder mythisch, maar niet minder uitzonderlijk. Het verklaart de mogelijkheid van Musk, niet volledig zijn drive.
Dat onderscheid is belangrijk. Zonder PayPal-exit, Silicon Valley-netwerken, NASA, defensiecontracten, elektrisch-autobeleid, kapitaalmarkten en overheidsgeld was Musk vermoedelijk niet de Musk geworden die wij kennen. Maar omgekeerd geldt ook: die omstandigheden lagen er niet speciaal voor hem alleen. Ze vormden een veld van mogelijkheden. Musk was degene die dat veld bijna maniakaal heeft benut voor een project dat ouder lijkt dan zijn vermogen: de mensheid technisch voorbereiden op een toekomst voorbij de aarde.
Daarom blijf ik hem als uitzondering zien. Niet als heilige, niet als slachtoffer van miskenning, niet als puur genie, maar als type. Hij is minder de man van de yacht dan de man van de ark. Minder de dynast dan de rusteloze ingenieur-koning. Minder de salonfiguur dan de jongen die sciencefiction serieus is blijven nemen toen hij miljardair werd.
In die zin ligt de vergelijking met Nikola Tesla meer voor de hand dan de vergelijking met de gemiddelde miljardair. Niet omdat Musk letterlijk Tesla is, of omdat hij diens technische genialiteit één-op-één evenaart. Maar omdat beiden in de verbeelding verschijnen als figuren bij wie geld, comfort en sociale normaliteit ondergeschikt raken aan een technisch-visioenaire drift. De wereld moet elektrisch worden. De wereld moet anders worden. De bestaande infrastructuur is niet het eindpunt, maar een overgangsfase. Bij Tesla werd die drive tragisch: briljant, wereldvreemd, uitgebuit, uiteindelijk eenzaam. Bij Musk werd zij kapitalistisch en infrastructureel: bedrijven, fabrieken, raketten, satellieten, platforms, contracten, politieke invloed. Tesla bleef grotendeels uitvinder. Musk werd uitvinder-ondernemer-systeemmacht.
Peter Thiel staat daarnaast als een ander type. Niet de arkbouwer, maar de speler-architect. Thiel bouwt minder aan raketten dan aan posities: netwerken, monopolie-denken, kapitaalroutes, politieke protégés, data-infrastructuur, besloten tafels. Waar Musk de werkelijkheid technisch wil verbouwen, lijkt Thiel vooral het speelveld te willen cureren waarop anderen de toekomst gaan bouwen. De PayPal Maffia is dus niet slechts achtergrondinformatie. Zij laat zien dat deze figuren geen losse hemellichamen zijn, maar een constellatie: mensen die elkaar vroeg vonden, elkaar financierden, elkaar legitimeerden, elkaars bedrijven versterkten en samen een deel van Silicon Valley’s machtsarchitectuur vormden. Dat relativeert de heldenmythe. Maar het wist de verschillen tussen hen niet uit. Sterker nog: het maakt het onderscheid scherper. Thiel laat zien hoe ondernemerschap kan overgaan in curatie van elite, monopolie en spelregels. Musk laat zien hoe ondernemerschap kan overgaan in missie, infrastructuur en arkbouw.
De PayPal Maffia laat zien dat geen van beiden uit het niets kwam.
Daarmee wordt Jos’ punt geen correctie op het verhaal, maar een verdieping ervan. De monomane bouwer blijkt niet alleen te bouwen. Hij staat op fundamenten die anderen hebben gelegd. Hij gebruikt publieke leidingen, collectieve kennis, staatscontracten, juridische bescherming en netwerken. De vraag is vervolgens wat hij met die macht doet. Bij de gewone ondernemersmythe eindigt het verhaal bij succes: hij had visie, hij nam risico, hij bouwde iets groots. Bij dit verhaal begint het daar pas. Want zodra de bouwer groot genoeg wordt, is de vraag niet meer alleen waar zijn drive vandaan kwam. Dan is de vraag wie zijn infrastructuur heeft betaald, wie afhankelijk wordt van zijn systeem, wie toegang krijgt tot zijn wereld, en wie straks buiten de poort blijft staan.