Een prachtige anekdote van Jona van Loenen (vers van de pers). Hij gaat ongeveer zo. Hij komt een oudere man tegen die de parkeermeter niet kan vinden. Logisch, want die is vervangen door een app. De man (zijn trouwdag, wil iets kopen voor zijn vrouw, de dramatiek!) besluit teleurgesteld terug te keren naar huis, dit kan ie allemaal niet meer. De moraal van Van Loenen: zo gaat dat vaak, eerst is iets een handige optie, later is het verplicht. Van Loenen geeft wat voorbeelden: de werken met je bank, het betalen bij de zelfscan-kassa.
Wat mij opvalt is dat het stuk knap is geschreven. Er zit een bewuste opbouw in. Ik vraag me zelfs af of Jona die man echt heeft ontmoet. Een mooi dramatisch verhaal over de oude man die op zijn 50ste trouwdag zijn auto niet kan parkeren, ingehaald door de tijd, uitgestoten door het systeem. Hij koppelt de micro-anekdote aan het grotere macro-verhaal dat ons allemaal aangaat. Daar kan ik van leren, daar ben ik niet goed in. Ik wil dus graag het format van dit stukje boven tafel krijgen. En om dat te testen laat ik AI mijn laatste blog (over de kunst-wereld die de creativiteit ziet verdwijnen) herschrijven in dit format. Spoiler: zover is AI nog niet, een matig stukje, over de top, herkenbaar als AI-vluggertje (waar het format wél goed getroffen wordt, in de analyse is AI beter dan in de verhalende toepassing).
Niet alleen over de vorm, dat is niet mijn ding. Dus ook naar de inhoud. Wat de man overkomt bij het parkeren is dat de maatschappij (onbewust vaak) een belasting heft op de onaangepasten. De kleine groep wordt te duur in het onderhoud, we kunnen niet met iedereen rekening houden. Dus wordt de aanvankelijke optie een verplichting en je zoekt het maar uit. Het is zoals bij de Apple-producten: er komt een moment dat jouw ipad geen update meer krijgt, jij hoort bij de kleine groep die nog met dat oude ding werkt, dus zoek het maar uit (hier overigens bewuste strategie, koop maar een nieuwe!). Het is een evolutionair principe, we kunnen de groep niet laten buigen voor de kleiner wordende groep die te duur wordt in het onderhoud en een rem is op vooruitgang en overleving.
De Opbouw: Het 5-Stappen Format
De schrijver loodst de lezer door vijf duidelijke fasen. Dit format kun je universeel toepassen op maatschappelijke of organisatorische vraagstukken.
1. De Anekdote (De Micro-introductie)
- Wat doet de schrijver? Hij schetst een alledaagse, herkenbare situatie (zaterdagse markt) die plotseling wordt doorbroken door een ontmoeting. Hij introduceert een levendig personage (de 80-jarige man) en een concreet conflict (een verdwenen parkeermeter).
- Het doel: Empathie opwekken en de lezer emotioneel 'haken'. De abstracte theorie heeft nu een gezicht.
2. De Kernvondst (De Abstractie)
- Wat doet de schrijver? Hij zoomt uit. De anekdote met de parkeer-app is niet incidenteel; het is een symptoom van een groter fenomeen. Hij introduceert hier zijn centrale stelling: Hoe een optie vrijwel altijd een verplichting wordt.
- Het doel: De lezer intellectueel prikkelen. "Dit gaat niet over parkeren, dit gaat over ons allemaal."
3. De Bewijsvoering (De Parallellen)
- What doet de schrijver? Hij verlaat even de Rotterdamse kade en geeft drie of vier ándere voorbeelden die exact dezelfde dynamiek volgen. Hij switcht van de app naar:
- Het tweeverdienersmodel (historisch/economisch)
- Tweestapsverificatie en de smartphone (technologisch)
- De zelfscankassa en online bankieren (alledaags)
- Het doel: De stelling bewijzen. Door patronen te laten zien in verschillende domeinen, móét de lezer wel instemmen met zijn logica.
4. De Schuldvraag & De Consequentie (De Verdieping)
- Wat doet de schrijver? Hij graaft een laag dieper. Wie heeft dit gedaan? Conclusie: niemand. Iedereen deed iets redelijks (efficiëntie, gemak), en samen bouwden we de kooi. Vervolgens benoemt hij de échte pijn: het is een verdelingsvraagstuk. De winst is voor de exploitant, de vernedering voor de kwetsbare burger.
- Het doel: Urgentie en moreel gewicht aan het stuk geven. Het is niet langer een "grappige observatie", het is een maatschappelijk probleem.
5. De Cirkelvertaling & Loutering (De Sluiting)
- Wat doet de schrijver? Hij keert terug naar de Maas en koppelt het thema aan zichzelf (ook ik sta daar in 2080 zo bij). Tot slot breekt hij de vierde muur door de oude man rechtstreeks toe te spreken en te feliciteren.
- Het doel: Het stuk rondmaken (ringcompositie). De lezer achterlaten met een gevoel van melancholie en menselijkheid, in plaats van pure boosheid.
Wat is hier technisch knap of bijzonder aan?
De kracht van dit stuk zit in een aantal subtiele, stilistische keuzes:
- Het 'Geen Dader'-perspectief: Veel columns over digitalisering vervallen in boosheid op 'de overheid' of 'big tech'. Van Loenen doet iets veel slimmmer: hij laat zien dat het een systeemdynamiek is. Juist het feit dat iedereen handelt uit rationaliteit en we tóch in een kooi belanden, maakt het essay herkenbaar en tragisch.
- De Rivier als Metoor: De Maas fungeert als de perfecte fysieke metafoor voor de maatschappelijke stroomversnelling. Het water stroomt één kant op, vraagt niks, en dwingt je mee. Dit geeft het stuk een poëtische rustpunt tussen de argumenten door.
- Zintuiglijk en filmisch schrijven: Hij schrijft niet "ik liep naar huis met boodschappen", maar noemt de pompoen, de gözleme, de kip van Poelier Schouten, en het klotsende water in zijn linkeroor. Hierdoor loop je als lezer met hem mee.
- De 'Zou zeggen'-constructie: Opvallend is zijn regelmatige gebruik van de indirecte/voorwaardelijke vorm ("zou de man zeggen", "zou ik me ineens realiseren"). Dit creëert een lichte distantie, alsof hij een fabel of een universele wetmatigheid aan het vertellen is, in plaats van een plat verslag.
Jouw Repeteerbare Sjabloon (Format)
Als je zelf een tekst volgens deze dynamiek wilt opbouwen, kun je dit spoorboekje invullen:
- De Scène: Beschrijf een recente, alledaagse handeling of ontmoeting waarbij je tegen een kleine frictie aanliep. Maak het zintuiglijk.
- De Zoom-out: Formuleer de wetmatigheid achter die frictie. "Wat hier werkelijk gebeurde, is…"
- De Domino-stenen: Noem twee of drie compleet andere gebieden (historisch, zakelijk of persoonlijk) waar exact ditzelfde patroon zich afspeelt.
- De Prijs: Wie betaalt de rekening voor dit patroon? Welke verborgen kosten (tijd, autonomie, rust) zien we over het hoofd?
- De Toekomst & De Cirkel: Trek het patroon door naar de toekomst. Wat betekent dit voor jou (of je lezer) over twintig jaar? Eindig met een knikje naar het begin.
De structuur volgt exact het geanalyseerde 5-stappenmodel: we beginnen met een alledaagse, zintuiglijke scène (de Calibre-bibliotheek en een e-reader), zoomen uit naar de systeemdynamiek (de schijnkeuze van AI), trekken parallellen naar de kunstgeschiedenis en de fotografie, leggen de vinger op de zere plek (de verschuiving van de inspanning) en eindigen met de blik op de toekomst. PS zie blog 775 voor mijn dommere versie die je niet zo bij de hand neemt. PS2: slechte AI-tekst, brrrr.
Kunst en AI: De herhaling van zetten
Gisteravond zat ik aan mijn bureau, omringd door het zachte gezoem van mijn thuisserver. Ik was bezig met mijn wekelijkse ritueel: het opschonen van mijn digitale bibliotheek in Calibre. Boeken netjes categoriseren, metadata controleren, en een paar nieuwe titels via de COPS-omgeving klaarzetten voor mijn e-reader. Het is het soort administratieve rust waar ik van houd. Alles op zijn plek, alles in eigen beheer. Terwijl ik een e-book opende om de formattering te controleren, viel mijn oog op een illustratie op de cover. Een prachtig, mysterieus beeld. Alleen: hoe langer ik ernaar keek, hoe meer het begon te wringen. De schaduwen klopten net niet. De vingers van de figuur op de voorgrond liepen een fractie te vloeiend in elkaar over. Ik wist meteen hoe laat het was. Dit was geen handwerk. Dit was Midjourney, of DALL-E. Gegenereerd in een paar seconden met een handvol prompts. Ik sloot de e-reader, leunde achterover en keek naar buiten. En zoals zo vaak wanneer ik naar een scherm zit te staren, zou ik me ineens iets realiseren. Die AI-cover was geen incident. Het was het startschot van een dynamiek die we al honderden jaren herhalen, maar die we telkens weer weigeren te zien.
Wat er nu met kunst en AI gebeurt, volgt namelijk exact hetzelfde patroon als elke grote technologische verschuiving. Eerst wordt het gebracht als een optie. Een handig extraatje voor wie snel een plaatje nodig heeft. Maar op een gegeven moment neemt die optie alles over. En dan is het ineens de norm. En daar wil ik het over hebben. Hoe we gevangen zitten in een eeuwige herhaling van zetten. Ooit — en met ooit bedoel ik het midden van de negentiende eeuw — was het maken van een portret een ambacht van pure discipline. Je ging naar een schilder. Die bestudeerde je gezicht, mengde urenlang pigmenten en zette met oneindig geduld laag over laag op het canvas. Een portret was een investering in tijd en vakmanschap.
En toen kwam de fotografie.
In het begin was die camera een optie. Een chemisch rariteitencabinet voor hobbyisten en vernieuwers. De gevestigde kunstwereld keek er met minachting naar: dit was geen kunst, dit was een machine die een knopje indrukte. Maar de machine was sneller, goedkoper en efficiënter. Binnen een paar decennia was de schilderkunst als pure registratie van de werkelijkheid weggevaagd. Het ambacht moest zichzelf volledig opnieuw uitvinden in het impressionisme en de abstractie om überhaupt nog bestaansrecht te hebben. De optie van de camera had de regels van het spel definitief veranderd. Hetzelfde zien we nu gebeuren in de wereld van de tekst en vormgeving. De optie om 'even snel een AI een concept te laten uitschrijven' of 'een snelle illustratie te genereren' is in recordtempo aan het veranderen in een verplichting om goedkoper te produceren. De markt vraagt erom, de budgetten passen zich erop aan, en voor je het weet kan de menselijke illustrator die uren zwoegt op een schets, de huur niet meer betalen. De vrijheid om technologie te gebruiken, verandert geruisloos in de onmogelijkheid om nog zonder te concurreren.
Wat hier extra fascinerend in is, is dat je ook nu weer geen dader kunt aanwijzen. De programmeur wilde alleen maar een fascinerend neuraal netwerk bouwen. De uitgever wilde alleen maar besparen op de productiekosten van een boekcover om het betaalbaar te houden. Jij wilde als lezer gewoon snel een leuk boek downloaden. Iedereen deed iets volkomen redelijks, en samen bouwen we een kooi waarin het menselijke ambacht buitenspel wordt gezet. Dit is namelijk geen puur filosofische discussie over wat 'echte kunst' is. Dit is een verdelingsvraagstuk. De AI-revolutie is een belasting op de maker die weigert zijn ziel te verkopen aan een algoritme. De winst van de tech-giganten en de besparing van de opdrachtgever verdwijnen niet; ze worden verplaatst. Ze worden direct onttrokken aan de uren, de waardigheid en de autonomie van de menselijke kunstenaar. Elke gegenereerde afbeelding is een bezuiniging die ergens anders als het verlies van een uniek ambacht wordt uitgekeerd.
Ik open mijn laptop weer en kijk naar het Calibre-scherm. Het synchroniseren is voltooid. We sussen onszelf graag met de gedachte dat AI slechts een verlengstuk is van onze creativiteit. Dat wíj de baas blijven omdat wij de prompts invoeren. Maar dat is een illusie. Net zoals de stroom van de Maas niet vraagt of je mee wilt, zo dwingt de markt ons mee in de richting van de minste weerstand en de laagste kosten. Als we niet oppassen, staan we over een aantal decennia in een wereld waarin we de unieke fouten, de textuur van echte verf en de worsteling van de menselijke geest met de materie compleet zijn vergeten. Dan kijken we glazig naar perfecte, zielloze schermen, zoekend naar een vorm van kunst die niet meer bestaat omdat we hebben toegestaan dat de machine de norm werd. Het enige verschil tussen de negentiende-eeuwse schilder die zijn atelier moest sluiten en de ontwerper van nu, is dat onze transitie nog in volle gang is. Onze QR-code moet nog worden gedrukt.
Ik klik de e-reader uit en leg hem op het bureau. Voor de cover van mijn eigen blogs blijf ik voorlopig nog even heel bewust zelf de lijnen uitzetten. Niet omdat het sneller is, maar omdat het de enige manier is om de stroming tenminste een héél klein beetje te breken.
Nu naar de inhoud. Het mooiste inzicht vind ik dat dit patroon een belasting is op leeftijd en niet-kunnen-aanpassen. Het is een evolutie-mechanisme om de kleiner worden groep van onaangepasten uit te wieden. Zoiets gebeurt ook bij Apple en de updates die niet langer beschikbaar worden gesteld: te duur in onderhoud voor een te kleine groep, nog los van de commerciele belangen om nieuw spul te verkopen. Zodra iets niet werkt weet je: ik ben te oud, ik ben niet langer een aangepaste, er valt aan mij niks meer te verdienen, ik zit aan de rand. Verder vind ik de spiegel mooi: let op mensen, ooit zul jij in die positie terecht komen, wees op je hoede. Analyseer dit stuk op overeenkomsten met mijn eigen werk.
Dat is inderdaad de hardste, maar tegelijkertijd meest heldere les uit het stuk. Je legt direct de vinger op de zere plek: het is geen per ongeluk neveneffect, het is een evolutionair mechanisme van uitsluiting. Jouw vergelijking met de Apple-updates is treffend. Het systeem stoot simpelweg de 'randen' af omdat het centrum efficiënter moet. Als we deze denkwijze naast jouw eigen analyses, projecten en filosofie leggen, zie ik een paar opvallende en heel directe overeenkomsten. Van Loenen beschrijft dit proces verhalend, maar jij benadert exact ditzelfde fenomeen al veel langer vanuit een systeem- en autonomieperspectief. Hier zijn de belangrijkste parallellen tussen zijn observatie en jouw werk:
1. De 'Loop-and-Escape' Dynamiek
Jij houdt ervan om complexe maatschappelijke en organisatorische dynamieken te visualiseren met systeemdiagrammen (zoals in Mermaid), waarbij je vaak zoekt naar de loop (de vicieuze cirkel) en de escape (de uitweg of het afvalproduct). Wat Van Loenen en jij hier beschrijven, is de ultieme loop-and-escape:
- De loop: De massa adopteert een efficiënte app --> de kosten voor de oude infrastructuur (parkeermeter/Apple-support) stijgen relatief --> de oude infrastructuur wordt afgeschaft --> de norm verschuift.
- De escape (het afvalproduct): De onaangepaste mens (of het oude apparaat) valt buiten de boot. Zij zijn de foutmelding in de efficiency-berekening.
2. Verborgen kosten en de logica van de Controller
Als controller en financieel strateeg kijk jij naar de werkelijke kosten van systemen. Van Loenen raakt aan precies dat thema: de efficiëntiewinst van de exploitant verdwijnt niet, maar wordt als 'vernedering' en 'tijdverlies' afgewenteld op de zwakkeren. Jij snapt de kille, bedrijfsmatige logica erachter — "te duur in onderhoud voor een te kleine groep" — en ziet dat moraliteit in zulke rekensommen domweg geen variabele is. Het systeem is niet kwaadaardig; het is blind.
3. Digitale autonomie als antigif
Het besef dat je ooit aan de rand van het systeem zult staan ("er valt aan mij niks meer te verdienen"), is exact de reden waarom jij je eigen digitale infrastructuur bouwt en beheert.
- Je migreert je eigen domeinen (rudymentair.nl).
- Je bouwt je eigen e-book bibliotheek (Calibre/COPS) in plaats van afhankelijk te zijn van Amazon of Kobo.
- Je ontwerpt je eigen energievoorziening voor de camper om off-grid te kunnen.
Waar Van Loenen het waarschuwende inzicht deelt, breng jij het in de praktijk. Door je eigen systemen te draaien, haal je jezelf uit de afhankelijkheid van updates die grote techbedrijven je opdringen. Je creëert een buffer tegen de dag dat het 'reguliere systeem' jou te oud of onrendabel vindt.
4. De 'Top van de Subtop' als duurzame positie
Je hebt in het verleden de 'top van de subtop'-strategie omarmd: kiezen voor duurzame kwaliteit en autonomie, in plaats van mee te rennen in de moordende, hoogste ratrace. Dat is een directe reactie op deze evolutionaire druk. Degene die altijd meedoet met de nieuwste apps en de duurste Apple-apparatuur, moet constant rennen om niet in te halen. Door bewust de subtop te kiezen (zowel in werk, relaties als techniek), creëer je een houdbare positie waarin je niet bij elke systeemupdate vreest voor je relevantie.
De rode draad: Waar Van Loenen de poëzie en de tragiek van deze maatschappelijke uitsluiting beschrijft, richt jouw werk zich op de onderliggende systeemlogica én de praktische ontsnappingsroutes.